Citaat | Hoge Raad 13 maart 2026

Onder 3.2 Hoge Raad 13 maart 2026

Een alinea uit Hoge Raad 13 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:403.

Aan de klachten ligt de rechtsopvatting ten grondslag dat de ondernemingskamer steeds gehouden is om een verzoek tot vaststelling van wanbeleid toe te wijzen indien sprake is van ernstige gebreken van zowel formele als materiële aard, waarbij onvoldoende oog is geweest voor het belang van de vennootschap en haar minderheidsaandeelhouders. Die rechtsopvatting is in haar algemeenheid onjuist. De ondernemingskamer kan in de afwezigheid van een rechtens te respecteren belang bij het verzoek grond vinden om af te zien van de vaststelling dat uit het verslag blijkt van wanbeleid. In dat verband staat het de ondernemingskamer vrij om waarde te hechten aan belangen en maatregelen zoals in rov. 4.31-4.32 van de bestreden beschikking genoemd, ook waar die maatregelen dateren van na de eerstefasebeschikking. Op een en ander stuiten de hiervoor in 3.1 genoemde klachten af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd4a91c96dd9a11f7661956bb03d2dc4ebbbe788ee54c7c60fd025b8f0c02760. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd4a91c96dd9a11f7661956bb03d2dc4ebbbe788ee54c7c60fd025b8f0c02760, en de alinea staat in dat document op bytes 24329 tot 25217.