Citaat | Hoge Raad 10 april 2026

Onder 3.1.1 Hoge Raad 10 april 2026

Een alinea uit Hoge Raad 10 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:596.

Onderdeel 2 komt op tegen de afwijzing van de vordering op grond van onrechtmatige daad in rov. 6.7. Het onderdeel klaagt onder meer dat het hof heeft miskend dat de inbreuk op het mededingingsrecht door Meneba, afhankelijk van de omstandigheden, een doen of nalaten kan opleveren in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijke verkeer betaamt, en dat daarbij betekenis toekomt aan de stellingen dat Bencis niet van de inbreuk op de hoogte was, dat de inbreuk voor haar verborgen was gehouden, dat zij geen bijdrage aan de inbreuk heeft geleverd, dat zij voorafgaand aan de verkrijging van de aandelen in Meneba due diligence onderzoek had gedaan en/of dat zij jaarlijks navraag deed bij Meneba of zij zich schuldig had gemaakt aan wetsovertredingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfa6f069aa25a4fc237ae5d9dcf8339ec54bc5406b2cf208ec25dd152139c481. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfa6f069aa25a4fc237ae5d9dcf8339ec54bc5406b2cf208ec25dd152139c481, en de alinea staat in dat document op bytes 17706 tot 18525.