Citaat | Hoge Raad 17 april 2026
Onder 2.4 Hoge Raad 17 april 2026
Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:679.
betrokkene maar gedurende iets langer dan anderhalf uur gehoord. Tijdens de daarop volgende inverzekeringstelling, die bijna 52 uur heeft geduurd, is betrokkene maar gedurende twee keer ongeveer twee uur gehoord. Hoewel tijdens een verhoor, zeker van een veertienjarig meisje, rustmomenten moeten worden ingebouwd, en wellicht reflectiemomenten voor de verhoorders, dringt de gedachte zich op dat bij een betere planning en bij meeweging van de belangen van dat nog zo jonge meisje, het verhoor binnen de termijn van het dwangmiddel van het ophouden voor onderzoek had kunnen worden afgerond (dan wel de inverzekeringstelling veel eerder had kunnen en moeten worden beëindigd). In ieder geval is er geen enkele aanwijzing dat de Staat bij de aanhouding en het ophouden voor onderzoek op enige wijze heeft stilgestaan bij het zeer grote belang van het destijds veertienjarige meisje om vervolgens niet in verzekering te worden gesteld. Dat belang is duidelijk niet een ‘eerste overweging’ van de Staat geweest als bedoeld in art. 3 lid 1 IVRK. (rov. 6.27)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd0639ca6ac2199373dfe8d06dcf300b303e82d54703bebe6d841d8eaf0eb929. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd0639ca6ac2199373dfe8d06dcf300b303e82d54703bebe6d841d8eaf0eb929, en de alinea staat in dat document op bytes 30784 tot 31856.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd0639ca6ac2199373dfe8d06dcf300b303e82d54703bebe6d841d8eaf0eb929 | shasum -a 256