Citaat | Hoge Raad 17 april 2026
Onder 3.9 Hoge Raad 17 april 2026
Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:679.
Onderdeel 1.6 is gericht tegen het oordeel van het hof in rov. 6.27 dat (i) er geen enkele aanwijzing is dat de Staat bij de aanhouding en het ophouden voor onderzoek op enige wijze heeft stilgestaan bij het zeer grote belang van het destijds veertienjarige meisje om niet in verzekering te worden gesteld, en (ii) dit belang duidelijk niet een eerste overweging is geweest. Geklaagd wordt dat het oordeel onder (i) onbegrijpelijk is in het licht van de stellingen van de Staat dat de officier van justitie zich voorafgaand aan het geven van het bevel tot inverzekeringstelling heeft afgevraagd of inverzekeringstelling van betrokkene geboden was, en zo ja, of die inverzekeringstelling – wegens de minderjarigheid van betrokkene – thuis kon worden doorgebracht. Ook wordt geklaagd dat het onder (ii) genoemde oordeel onbegrijpelijk is, omdat uit de beslissing van de officier van justitie om betrokkene de inverzekeringstelling te laten ondergaan op het politiebureau – die impliceert dat de officier van justitie het belang van het onderzoek zwaarwegender achtte dan het genoemde belang van betrokkene – niet (zonder meer) volgt dat dit laatste belang niet een eerste overweging is geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd0639ca6ac2199373dfe8d06dcf300b303e82d54703bebe6d841d8eaf0eb929. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd0639ca6ac2199373dfe8d06dcf300b303e82d54703bebe6d841d8eaf0eb929, en de alinea staat in dat document op bytes 43969 tot 45182.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd0639ca6ac2199373dfe8d06dcf300b303e82d54703bebe6d841d8eaf0eb929 | shasum -a 256