Citaat | Hoge Raad 17 april 2026
Onder 3.10 Hoge Raad 17 april 2026
Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:679.
Uit de gedingstukken blijkt dat de Staat – onder verwijzing naar de brief van 14 juni 2018 van het OM zoals hiervoor in 2.1 onder (xv) weergegeven – heeft aangevoerd dat de officier van justitie zich over de inverzekeringstelling van betrokkene heeft beraden, en mede naar aanleiding van het eerste verhoor – dat plaatsvond vóór de beslissing tot inverzekeringstelling – heeft besloten tot inverzekeringstelling. De Staat heeft ook uiteengezet wat de redenen waren voor de officier van justitie om betrokkene de inverzekeringstelling op het politiebureau en niet thuis te laten ondergaan, namelijk de verhoudingen binnen de familie en de – mogelijke – betekenis daarvan binnen het onderzoek naar de overval. Het betoog van de Staat komt erop neer dat de officier van justitie het belang van betrokkene om niet in verzekering te worden gesteld of de inverzekeringstelling thuis te kunnen ondergaan, heeft afgewogen tegen het onderzoeksbelang en dat laatste belang zwaarwegender heeft geoordeeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd0639ca6ac2199373dfe8d06dcf300b303e82d54703bebe6d841d8eaf0eb929. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd0639ca6ac2199373dfe8d06dcf300b303e82d54703bebe6d841d8eaf0eb929, en de alinea staat in dat document op bytes 45283 tot 46304.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd0639ca6ac2199373dfe8d06dcf300b303e82d54703bebe6d841d8eaf0eb929 | shasum -a 256