Citaat | Hoge Raad 17 april 2026

Onder 3.10 Hoge Raad 17 april 2026

Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:679.

In het licht van het hiervoor weergegeven betoog van de Staat valt zonder nadere motivering niet in te zien hoe het hof tot zijn oordeel is gekomen dat er geen enkele aanwijzing is dat de Staat bij de aanhouding en het ophouden voor onderzoek op enige wijze heeft stilgestaan bij het zeer grote belang van de destijds veertienjarige betrokkene om niet in verzekering te worden gesteld, en dat dat belang duidelijk niet een ‘eerste overweging’ van de Staat is geweest als bedoeld in art. 3 lid 1 IVRK. De hiervoor in 3.9 vermelde klachten slagen derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd0639ca6ac2199373dfe8d06dcf300b303e82d54703bebe6d841d8eaf0eb929. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd0639ca6ac2199373dfe8d06dcf300b303e82d54703bebe6d841d8eaf0eb929, en de alinea staat in dat document op bytes 46314 tot 46887.