Citaat | Hoge Raad 17 april 2026
Onder 3.12 Hoge Raad 17 april 2026
Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:679.
Art. 37, aanhef en onder d, IVRK bepaalt onder meer dat de staten die partij zijn bij dit verdrag, waarborgen dat ieder kind dat van zijn of haar vrijheid is beroofd, het recht heeft de wettigheid van zijn of haar vrijheidsberoving te betwisten ten overstaan van een rechter of een andere bevoegde, onafhankelijke en onpartijdige autoriteit, en op een onverwijlde beslissing ten aanzien van dat beroep. In General Comment No. 10 (2007) van het VN-Kinderrechtencomité was ten tijde van de inverzekeringstelling van betrokkene met betrekking tot art. 37, aanhef en onder d, IVRK een niet-bindende aanbeveling opgenomen, inhoudende dat elk kind dat is gearresteerd en van zijn of haar vrijheid is beroofd, binnen 24 uur voor een bevoegde autoriteit moet worden gebracht om de rechtmatigheid van (de voortzetting van) deze vrijheidsbeneming te onderzoeken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd0639ca6ac2199373dfe8d06dcf300b303e82d54703bebe6d841d8eaf0eb929. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd0639ca6ac2199373dfe8d06dcf300b303e82d54703bebe6d841d8eaf0eb929, en de alinea staat in dat document op bytes 49538 tot 50442.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd0639ca6ac2199373dfe8d06dcf300b303e82d54703bebe6d841d8eaf0eb929 | shasum -a 256