Citaat | Hoge Raad 17 april 2026
Onder 3.13 Hoge Raad 17 april 2026
Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:679.
Art. 59a lid 1 (oud) Sv bepaalde tot 1 maart 2017 dat de verdachte uiterlijk binnen drie dagen en vijftien uur, te rekenen vanaf het tijdstip van de aanhouding, voor de rechter-commissaris wordt geleid ten einde te worden gehoord. De hiervoor in 3.12 genoemde bepalingen en niet-bindende aanbeveling brengen niet in het algemeen mee dat voor minderjarigen een kortere termijn geldt dan de termijn die is opgenomen in art. 59a lid 1 (oud) Sv. Het oordeel van het hof dat de zinsnede “uiterlijk binnen drie dagen en vijftien uur” in art. 59a lid 1 (oud) Sv, wanneer het gaat om een veertienjarig meisje, moet worden uitgelegd als “binnen 24 uur” is dus in zijn algemeenheid onjuist. De hiervoor in 3.11 genoemde klachten slagen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd0639ca6ac2199373dfe8d06dcf300b303e82d54703bebe6d841d8eaf0eb929. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd0639ca6ac2199373dfe8d06dcf300b303e82d54703bebe6d841d8eaf0eb929, en de alinea staat in dat document op bytes 50542 tot 51353.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd0639ca6ac2199373dfe8d06dcf300b303e82d54703bebe6d841d8eaf0eb929 | shasum -a 256