Citaat | Hoge Raad 17 april 2026

Onder 2.1 Hoge Raad 17 april 2026

Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:679.

“[Betrokkene] zegt dat ze gisteren naar het politieburo ging en vraagt of [betrokkene 2] (fon) het al weet, ze vroegen ook naar hem. [Betrokkene] zegt dat ze al haar neven op ging noemen, ze zegt dat ze allemaal namen ging verzinnen en op het laatste zei ze [betrokkene 2] en toen ze de leeftijd erbij zei wilde ze alleen van hem weten toen zei ze dat die iets van 15 of 16 is. [NICHT] vraagt “En toen?” [Betrokkene] zegt “Toen niks en vroegen over die kluis en wie er weten over die kluis dit en dat woellah..ik..me moeder en ik hebben het zo goed gedaan hehe, ze denken nu zo erg dat m’n vader het heeft verzonnen.””

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd0639ca6ac2199373dfe8d06dcf300b303e82d54703bebe6d841d8eaf0eb929. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd0639ca6ac2199373dfe8d06dcf300b303e82d54703bebe6d841d8eaf0eb929, en de alinea staat in dat document op bytes 9926 tot 10607.