Citaat | Hoge Raad 17 april 2026

Onder 2.4 Hoge Raad 17 april 2026

Een alinea uit Hoge Raad 17 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:679.

Betrokkene heeft van deze procedure gebruikgemaakt. Uit de beschikking volgt dat zij in haar desbetreffende verzoekschrift alleen heeft gevraagd om toekenning van een bedrag als vergoeding van immateriële schade. Vervolgens heeft de strafrechter onder het kopje “immateriële schade” enerzijds geoordeeld dat er ten tijde van dat bevel voldoende verdenking tegen betrokkene was om haar inverzekeringstelling te rechtvaardigen, maar anderzijds dat geen hogere factor op het forfaitaire dagbedrag kon worden toegepast dan drie, omdat betrokkene een vordering uit onrechtmatige daad voor de burgerlijke rechter overwoog, met als inzet schadevergoeding wegens beweerdelijk door de ondergane inverzekeringstelling opgelopen PTSS, en zij daarom dat element buiten de beoordeling van haar art. 89 Sv-verzoek wilde houden. Hieruit volgt dat betrokkene haar verzoek heeft beperkt tot de vergoeding van haar immateriële schade en dat de strafrechter impliciet heeft aanvaard dat betrokkene haar schade voor het overige onverkort in een afzonderlijke procedure voor de burgerlijke rechter kon vorderen. Het hof volgt de strafrechter daarin. (rov. 6.16.2)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd0639ca6ac2199373dfe8d06dcf300b303e82d54703bebe6d841d8eaf0eb929. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd0639ca6ac2199373dfe8d06dcf300b303e82d54703bebe6d841d8eaf0eb929, en de alinea staat in dat document op bytes 26031 tot 27194.