Citaat | Hoge Raad 1 mei 2026

Onder 7.1 Hoge Raad 1 mei 2026

Een alinea uit Hoge Raad 1 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:731.

Aangezien de uitspraak van het Hof is bekendgemaakt in 2024, moet voor de hoogte van de vergoeding van proceskosten ter zake van deze cassatieprocedure acht worden geslagen op de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm , gelet op het bepaalde in artikel IV van die wet. Gelet op wat de Hoge Raad in onderdeel 3 van zijn arrest van 17 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:46 (hierna: het arrest van 17 januari 2025), heeft overwogen, moet worden beoordeeld of het geval van belanghebbende met het oog op die proceskostenvergoeding is aan te merken als een bijzonder geval als bedoeld in rechtsoverweging 3.5.2 van het arrest van 17 januari 2025. De daarbij te hanteren regels zijn nader uitgewerkt in het arrest van de Hoge Raad van 18 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1175.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67be6d212490ba95fbb0f951fb60663cf36ab5b2c0436cb8268763dd586db811. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67be6d212490ba95fbb0f951fb60663cf36ab5b2c0436cb8268763dd586db811, en de alinea staat in dat document op bytes 13091 tot 13941.