Citaat | Hoge Raad 1 mei 2026
Onder 7.3 Hoge Raad 1 mei 2026
Een alinea uit Hoge Raad 1 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:731.
Aangezien het arrest van 17 januari 2025 is gewezen nadat belanghebbende beroep in cassatie had ingesteld, hoefde belanghebbende niet bedacht te zijn op de in de rechtsoverwegingen 3.5.1 en 3.5.2 van dat arrest geformuleerde regels. Daarom zal de Hoge Raad, die hier als feitenrechter optreedt, alvorens een beslissing te nemen over de omvang van de vergoeding van de kosten van de cassatieprocedure, belanghebbende in de gelegenheid stellen om nadere gegevens te verstrekken ter voldoening aan de op dit punt op hem rustende bewijslast. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn zal daarna in de gelegenheid worden gesteld daarop schriftelijk te reageren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67be6d212490ba95fbb0f951fb60663cf36ab5b2c0436cb8268763dd586db811. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67be6d212490ba95fbb0f951fb60663cf36ab5b2c0436cb8268763dd586db811, en de alinea staat in dat document op bytes 14403 tot 15095.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/67be6d212490ba95fbb0f951fb60663cf36ab5b2c0436cb8268763dd586db811 | shasum -a 256