Citaat | Hoge Raad 29 mei 2026

Onder 3.3.4 Hoge Raad 29 mei 2026

Een alinea uit Hoge Raad 29 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:808.

Gelet op de hiervoor in 3.3.3 weergegeven gang van zaken kon het hof oordelen – zoals het kennelijk heeft gedaan – dat de vrouw zich voorafgaand en tijdens de mondelinge behandeling voldoende heeft kunnen uitlaten over het verzoek van de man tot toekenning van het eenhoofdig gezag en hetgeen de man ter onderbouwing van dat verzoek had aangevoerd. Het hof was daarom – anders dan het onderdeel tot uitgangspunt neemt – niet gehouden de vrouw nog afzonderlijk in de gelegenheid te stellen zich (nogmaals) over dit verzoek uit te laten. Het onderdeel faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d7ebb8714a3d2cdd82e326dbb5720976cdf04219e5096edfe0809627b0a1437. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d7ebb8714a3d2cdd82e326dbb5720976cdf04219e5096edfe0809627b0a1437, en de alinea staat in dat document op bytes 24938 tot 25516.