Citaat | Hoge Raad 29 mei 2026
Onder 3.2 Hoge Raad 29 mei 2026
Een alinea uit Hoge Raad 29 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:814.
“Artikel 8, punt 1, van verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken moet aldus worden uitgelegd dat het zich er niet tegen verzet dat in geval van vorderingen die ertoe strekken dat een moedermaatschappij en haar dochteronderneming hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van de schade veroorzaakt door een door deze dochteronderneming begane inbreuk op de mededingingsregels, de rechter van de woonplaats van de moedermaatschappij bij wie deze vorderingen zijn ingesteld, zich voor de vaststelling van zijn internationale bevoegdheid baseert op het vermoeden dat wanneer een moedermaatschappij direct of indirect het gehele of nagenoeg het gehele kapitaal in handen heeft van een dochteronderneming die een inbreuk op de mededingingsregels heeft begaan, zij beslissende invloed op deze dochteronderneming uitoefent, voor zover verweerders niet de mogelijkheid wordt ontnomen om zich te beroepen op bewijskrachtige aanwijzingen waaruit blijkt dat ofwel de moedermaatschappij niet direct of indirect het gehele of nagenoeg het gehele kapitaal van haar dochteronderneming in handen had, ofwel dit vermoeden toch niet kan gelden.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa2d68d48b3db571d06055043043b8d8ce867c6d33d4ae07e80685a9f2586a2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa2d68d48b3db571d06055043043b8d8ce867c6d33d4ae07e80685a9f2586a2a, en de alinea staat in dat document op bytes 10395 tot 11716.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa2d68d48b3db571d06055043043b8d8ce867c6d33d4ae07e80685a9f2586a2a | shasum -a 256