Citaat | Hoge Raad 29 mei 2026
Onder 4.2 Hoge Raad 29 mei 2026
Een alinea uit Hoge Raad 29 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:814.
Het mededingingsrechtelijke vermoeden van beslissende invloed en van aansprakelijkheid van de moedermaatschappij, dat is ontwikkeld in het kader van de betwisting van besluiten van de Europese Commissie op grond van art. 23 lid 2 van Verordening (EG) nr. 1/2003 , kan ook van toepassing zijn in het geval van een vordering van een natuurlijke persoon of rechtspersoon die stelt schade te hebben geleden als gevolg van de deelname van een vennootschap aan een inbreuk op de mededingingsregels van de Unie, waarbij die vordering is ingesteld tegen een andere vennootschap die het volledige of nagenoeg volledige kapitaal van eerstgenoemde vennootschap in handen heeft. (punt 37-40)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa2d68d48b3db571d06055043043b8d8ce867c6d33d4ae07e80685a9f2586a2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa2d68d48b3db571d06055043043b8d8ce867c6d33d4ae07e80685a9f2586a2a, en de alinea staat in dat document op bytes 13518 tot 14276.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa2d68d48b3db571d06055043043b8d8ce867c6d33d4ae07e80685a9f2586a2a | shasum -a 256