Citaat | Hoge Raad 29 mei 2026
Onder 4.3 Hoge Raad 29 mei 2026
Een alinea uit Hoge Raad 29 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:814.
Uit de hiervoor in 4.2 weergegeven overwegingen van het HvJEU volgt dat onderdeel 1.2 faalt voor zover het klaagt (i) dat het oordeel van het hof (zoals weergegeven in rov. 2.6 van het tussenarrest) strijdig is met de op de rechter rustende verplichting uit (onder meer) het Kolassa-arrest om in het kader van de toetsing van zijn bevoegdheid alle hem ter beschikking staande gegevens in aanmerking te nemen, daaronder begrepen, in voorkomend geval, de betwistingen van de verweerder, en (ii) dat het oordeel van het hof de toets aan de vereisten van art. 8, punt 1, Verordening Brussel I-bis zou uithollen. Het HvJEU heeft immers geoordeeld dat de rechter in een situatie als die van de onderhavige zaak zich in beginsel ertoe kan beperken na te gaan of niet op voorhand is uitgesloten dat er sprake was van een beslissende invloed van de moedermaatschappij op de dochteronderneming, hetgeen het geval zal zijn als de eiser verwijst naar het vermoeden van beslissende invloed en aansprakelijkheid van de moedermaatschappij.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa2d68d48b3db571d06055043043b8d8ce867c6d33d4ae07e80685a9f2586a2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa2d68d48b3db571d06055043043b8d8ce867c6d33d4ae07e80685a9f2586a2a, en de alinea staat in dat document op bytes 16192 tot 17307.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa2d68d48b3db571d06055043043b8d8ce867c6d33d4ae07e80685a9f2586a2a | shasum -a 256