Citaat | Hoge Raad 12 juni 2026
Onder 3.8.3 Hoge Raad 12 juni 2026
Een alinea uit Hoge Raad 12 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:921.
Het HvJEU heeft zich nog niet uitgelaten over de vraag of art. 40 lid 1, aanhef en onder a, van de (gewijzigde) vierde anti-witwasrichtlijn, bezien in verhouding tot de hiervoor vermelde bepalingen van de AVG, aldus moet worden uitgelegd dat lidstaten meldingsplichtige entiteiten dienen te verplichten tot het bewaren van een (volledig) afschrift van een identiteitsbewijs dat is gebruikt in het kader van de verificatie van de identiteit van een cliënt ten behoeve van een cliëntenonderzoek. Nu uit het voorgaande volgt dat geen sprake is van een acte clair of acte éclairé, ziet de Hoge Raad grond om op de voet van art. 267 VWEU de hierna onder 5 vermelde prejudiciële vragen 2 en 3 te stellen aan het HvJEU. De antwoorden op de hierna onder 5 vermelde prejudiciële vragen 2 en 3 zijn van belang voor de verdere beoordeling van onderdeel 2 van het middel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ff9916aca7c3eebccee86a9a6f569659699d9ee6de48fa01b3e1a147d0846ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ff9916aca7c3eebccee86a9a6f569659699d9ee6de48fa01b3e1a147d0846ef, en de alinea staat in dat document op bytes 51969 tot 52847.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9ff9916aca7c3eebccee86a9a6f569659699d9ee6de48fa01b3e1a147d0846ef | shasum -a 256