Citaat | Hoge Raad 12 juni 2026
Onder 3.8.5 Hoge Raad 12 juni 2026
Een alinea uit Hoge Raad 12 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:921.
De antwoorden op de hierna onder 5 vermelde prejudiciële vragen 4, 4a en 4b zijn van belang voor de verdere beoordeling van onderdeel 2 van het middel. Indien sprake is van persoonsgegevens waaruit ras of etnische afkomst blijkt, is de verwerking van deze gegevens slechts toegestaan in de in art. 9 lid 2 AVG genoemde gevallen. Bijvoorbeeld indien de verwerking noodzakelijk is om redenen van zwaarwegend algemeen belang, op grond van Unierecht of lidstatelijk recht, waarbij de evenredigheid met het nagestreefde doel wordt gewaarborgd, de wezenlijke inhoud van het recht op bescherming van persoonsgegevens wordt geëerbiedigd en passende en specifieke maatregelen worden getroffen ter bescherming van de grondrechten en de fundamentele belangen van betrokkene (art. 9 lid 2, aanhef en onder g, AVG). In Nederland is in art. 25 Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG) onder meer geregeld dat de verwerking van deze gegevens is toegestaan indien de verwerking geschiedt met het oog op de identificatie van de betrokkene, en slechts voor zover de verwerking voor dat doel onvermijdelijk is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ff9916aca7c3eebccee86a9a6f569659699d9ee6de48fa01b3e1a147d0846ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ff9916aca7c3eebccee86a9a6f569659699d9ee6de48fa01b3e1a147d0846ef, en de alinea staat in dat document op bytes 55463 tot 56591.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9ff9916aca7c3eebccee86a9a6f569659699d9ee6de48fa01b3e1a147d0846ef | shasum -a 256