Citaat | Hoge Raad 12 juni 2026

Onder 5 Hoge Raad 12 juni 2026

Een alinea uit Hoge Raad 12 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:921.

2. Dient art. 40 lid 1, aanhef en onder a, van Richtlijn (EU) 2015/849 van 20 mei 2015 (de (gewijzigde) Europese vierde anti-witwasrichtlijn), mede bezien in verhouding tot art. 6 lid 3 AVG, het in art. 5 lid 1, aanhef en onder c, AVG vervatte beginsel van minimale gegevensverwerking, art. 7, 8 en 52 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en art. 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens aldus te worden uitgelegd dat de lidstaten meldingsplichtige entiteiten dienen te verplichten tot het bewaren van een afschrift van het identiteitsbewijs dat is gebruikt bij de verificatie van de identiteit van een cliënt in het kader van een cliëntenonderzoek?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ff9916aca7c3eebccee86a9a6f569659699d9ee6de48fa01b3e1a147d0846ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ff9916aca7c3eebccee86a9a6f569659699d9ee6de48fa01b3e1a147d0846ef, en de alinea staat in dat document op bytes 57604 tot 58304.