Citaat | Hoge Raad 12 juni 2026

Onder 2.1.2 Hoge Raad 12 juni 2026

Een alinea uit Hoge Raad 12 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:921.

In cassatie gaat het in de kern nog om twee vragen. In de eerste plaats is dat de vraag of het vastleggen of opslaan van een (pas)foto door ICS kan worden aangemerkt als verwerking van biometrische gegevens met het oog op de unieke identificatie van een persoon, hetgeen op grond van art. 9 lid 1 Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: AVG) in beginsel verboden is. Daarnaast is de vraag aan de orde of art. 33 Wwft, waarin uitvoering is gegeven aan art. 40 van de (gewijzigde) Europese vierde anti-witwasrichtlijn , een verplichting bevat voor het opslaan en bewaren van (pas)foto’s door ICS en, zo ja, hoe deze zich verhoudt tot de AVG. Omdat de beantwoording van laatstgenoemde vraag samenhangt met de uitleg van art. 40 lid 1 van de vierde anti-witwasrichtlijn en bepalingen uit de AVG, en over deze uitleg redelijkerwijs twijfel kan bestaan, heeft de Hoge Raad in zijn tussenarrest van 13 maart 2026 het voornemen geuit hierover prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJEU).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ff9916aca7c3eebccee86a9a6f569659699d9ee6de48fa01b3e1a147d0846ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ff9916aca7c3eebccee86a9a6f569659699d9ee6de48fa01b3e1a147d0846ef, en de alinea staat in dat document op bytes 8177 tot 9423.