Citaat | Hoge Raad 12 juni 2026

Onder 2.4 Hoge Raad 12 juni 2026

Een alinea uit Hoge Raad 12 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:921.

“5.3. Door middel van haar derde tot en met haar negende grief bestrijdt [de kaarthoudster] vanuit verschillende invalshoeken het oordeel van de kantonrechter dat ICS de creditcard-overeenkomst met [de kaarthoudster] heeft mogen opzeggen omdat [de kaarthoudster] niet wilde meewerken aan de vaststelling van haar identiteit. Deze grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling. (…) [D]e creditcard-overeenkomst [is] een duurovereenkomst (…) die in beginsel opzegbaar is. Bij gebreke van een wettelijke of contractuele regeling van de opzegging, moet aan de hand van de aanvullende en derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 BW) worden beoordeeld of ICS de overeenkomst met [de kaarthoudster] kon opzeggen (vgl. HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9854).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ff9916aca7c3eebccee86a9a6f569659699d9ee6de48fa01b3e1a147d0846ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ff9916aca7c3eebccee86a9a6f569659699d9ee6de48fa01b3e1a147d0846ef, en de alinea staat in dat document op bytes 15885 tot 16688.