Citaat | Hoge Raad 12 juni 2026

Onder 5.5. Hoge Raad 12 juni 2026

Een alinea uit Hoge Raad 12 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:921.

De herhaalde verzoeken van ICS aan [de kaarthoudster] in 2020 om zich te identificeren, vinden hun verklaring in de verplichtingen die ten gevolge van de wijziging van de Wwft in 2018 op ICS waren komen te rusten. [de kaarthoudster] was naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 lid 1 BW) gehouden daaraan haar medewerking te verlenen. (…) Toen [de kaarthoudster] op de herhaalde verzoeken van ICS niet reageerde, heeft ICS gevolg kunnen geven aan haar aankondiging dat de creditcard van [de kaarthoudster] zou worden geblokkeerd en dat de overeenkomst met haar zou worden opgezegd. De redenen die [de kaarthoudster] voor haar stilzwijgen heeft aangevoerd – ze vertrouwde de aankondigingen van ICS niet en beschouwde ze als spam – staan daaraan niet in de weg, omdat die redenen niet rechtvaardigen dat [de kaarthoudster] op geen enkele manier contact met ICS heeft gezocht om de (niet)authenticiteit van de afzender van de berichten vast te stellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ff9916aca7c3eebccee86a9a6f569659699d9ee6de48fa01b3e1a147d0846ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ff9916aca7c3eebccee86a9a6f569659699d9ee6de48fa01b3e1a147d0846ef, en de alinea staat in dat document op bytes 18322 tot 19309.