Citaat | Hoge Raad 12 juni 2026

Onder 5.6. Hoge Raad 12 juni 2026

Een alinea uit Hoge Raad 12 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:921.

In het kader van de toets van de opzegging van de creditcard-overeenkomst door ICS aan de maatstaven van redelijkheid en billijkheid, heeft het hof de volgende omstandigheden meegewogen. Nadat [de kaarthoudster] ICS in de onderhavige procedure had betrokken, heeft ICS de beëindiging van de overeenkomst opgeschort. Omdat [de kaarthoudster] en [haar gemachtigde] geen ander contact met ICS wilden hebben dan in het kader van deze procedure, heeft ICS voor het eerst tijdens de procedure in eerste aanleg kennisgenomen van de bezwaren van [de kaarthoudster] tegen een online-identificatie. Zij heeft [de kaarthoudster] toen verschillende alternatieven geboden. [de kaarthoudster] heeft van die alternatieven geen gebruik willen maken, maar de redenen die zij daarvoor aanvoert, zijn naar het oordeel van het hof ondeugdelijk. [de kaarthoudster] stelt dat een vastlegging van haar pasfoto neerkomt op (…) een door de AVG in beginsel verboden verwerking van biometrische gegevens en dat ICS in geen geval een foto van haar mag bewaren (ook niet via een kopie van haar identiteitsbewijs), dat hulppersonen van ICS een bankierseed moeten hebben afgelegd, en dat ICS de kosten van alternatieven voor een online-identificatie voor haar rekening moet nemen. Deze stellingen zijn ongegrond. (…)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ff9916aca7c3eebccee86a9a6f569659699d9ee6de48fa01b3e1a147d0846ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ff9916aca7c3eebccee86a9a6f569659699d9ee6de48fa01b3e1a147d0846ef, en de alinea staat in dat document op bytes 19389 tot 20693.