Citaat | Hoge Raad 12 juni 2026

Onder 3.4.2 Hoge Raad 12 juni 2026

Een alinea uit Hoge Raad 12 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:921.

Het verwerken van persoonsgegevens is op grond van art. 6 lid 1 AVG alleen rechtmatig indien en voor zover de verwerking berust op een van de in die bepaling genoemde grondslagen. Dat is onder meer het geval indien de verwerking noodzakelijk is om te voldoen aan een wettelijke verplichting die rust op de verwerkingsverantwoordelijke (art. 6 lid 1, aanhef en onder c, AVG). Die grondslag is voor deze zaak relevant omdat in het oordeel van het hof besloten ligt dat de verwerking van persoonsgegevens – waaronder het bewaren van pasfoto’s – noodzakelijk is om te voldoen aan de op ICS rustende verplichting uit de Wwft om de persoonsgegevens te bewaren die zij heeft verkregen met het oog op de identificatie en verificatie van haar cliënten (zie rov. 5.4).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ff9916aca7c3eebccee86a9a6f569659699d9ee6de48fa01b3e1a147d0846ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ff9916aca7c3eebccee86a9a6f569659699d9ee6de48fa01b3e1a147d0846ef, en de alinea staat in dat document op bytes 29009 tot 29787.