Citaat | Hoge Raad 12 juni 2026

Onder 3.4.2 Hoge Raad 12 juni 2026

Een alinea uit Hoge Raad 12 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:921.

Art. 6 lid 3 AVG bepaalt dat de wettelijke verplichting moet worden vastgesteld bij Unierecht of lidstatelijk recht dat op de verwerkingsverantwoordelijke van toepassing is. Uit punt 41 van de considerans van de AVG volgt dat dit niet noodzakelijkerwijs een door een parlement vastgestelde wetgevingshandeling vereist, maar wél dat de rechtsgrond of wetgevingsmaatregel duidelijk en nauwkeurig moet zijn en dat de toepassing daarvan voorspelbaar moet zijn voor degenen op wie deze van toepassing is. Ook vermeldt punt 45 van de considerans dat de AVG niet voor elke afzonderlijke gegevensverwerking specifieke wetgeving vereist, maar dat kan worden volstaan met wetgeving die als basis fungeert voor verscheidene gegevensverwerkingen op grond van een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust. Art. 6 lid 3 AVG bepaalt als hoofdregel voorts dat het Unierecht of lidstatelijk recht het doel van de verwerking moet vaststellen, moet beantwoorden aan een doelstelling van algemeen belang en evenredig moet zijn met het nagestreefde doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ff9916aca7c3eebccee86a9a6f569659699d9ee6de48fa01b3e1a147d0846ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ff9916aca7c3eebccee86a9a6f569659699d9ee6de48fa01b3e1a147d0846ef, en de alinea staat in dat document op bytes 29799 tot 30936.