Citaat | Hoge Raad 12 juni 2026
Onder 3.6.3 Hoge Raad 12 juni 2026
Een alinea uit Hoge Raad 12 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:921.
Bij de beantwoording van de vraag hoe art. 33 lid 2, aanhef en onder a.1º, Wwft moet worden uitgelegd kan van belang zijn of art. 40 lid 1 van de (gewijzigde) vierde anti-witwasrichtlijn van de lidstaten verlangt dat het bewaren van een (volledige) kopie van het identiteitsbewijs dat is gebruikt bij de verificatie van de identiteit van een cliënt verplicht wordt gesteld. De wetgever heeft immers met de hiervoor genoemde bepalingen in art. 33 Wwft uitvoering willen geven aan art. 40 lid 1 van de (gewijzigde) vierde anti-witwasrichtlijn. Bij de implementatie van de vierde anti-witwasrichtlijn heeft de wetgever art. 33 Wwft op diverse onderdelen gewijzigd, maar niet op het onderdeel van de keuzemogelijkheid tussen het vastleggen en bewaren van de geslachtsnaam, de voornamen, de geboortedatum, het adres en de woon- of vestigingsplaats van de cliënt en het vastleggen en bewaren van een kopie van het identiteitsbewijs. Zoals blijkt uit de memorie van toelichting, zijn bij de in het tweede lid opgenomen specificatie van de te bewaren gegevens en documenten, gebruikt voor de identificatie van de cliënt en de verificatie van diens identiteit, grotendeels de bestaande verplichtingen van art. 33 Wwft gevolgd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ff9916aca7c3eebccee86a9a6f569659699d9ee6de48fa01b3e1a147d0846ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ff9916aca7c3eebccee86a9a6f569659699d9ee6de48fa01b3e1a147d0846ef, en de alinea staat in dat document op bytes 42849 tot 44147.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9ff9916aca7c3eebccee86a9a6f569659699d9ee6de48fa01b3e1a147d0846ef | shasum -a 256