Citaat | Hoge Raad 12 juni 2026
Onder 3.7.3 Hoge Raad 12 juni 2026
Een alinea uit Hoge Raad 12 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:921.
Anders dan het geval was op grond van art. 30 van de derde anti-witwasrichtlijn en in de toekomst het geval lijkt te zijn op grond van art. 77 lid 2 van de (nog niet van toepassing zijnde) Verordening (EU) 2024/1624 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen of terrorismefinanciering van 31 mei 2024 , volgt niet uit art. 40 lid 1, aanhef en onder a, van de vierde anti-witwasrichtlijn dat volstaan zou kunnen worden met het bewaren van ‘verwijzingen’ naar documenten, zoals een identiteitsbewijs (zie ook de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4.46-4.47 en voetnoot 49).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ff9916aca7c3eebccee86a9a6f569659699d9ee6de48fa01b3e1a147d0846ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ff9916aca7c3eebccee86a9a6f569659699d9ee6de48fa01b3e1a147d0846ef, en de alinea staat in dat document op bytes 47211 tot 47964.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9ff9916aca7c3eebccee86a9a6f569659699d9ee6de48fa01b3e1a147d0846ef | shasum -a 256