Citaat | Hoge Raad 12 juni 2026

Onder 3.7.4 Hoge Raad 12 juni 2026

Een alinea uit Hoge Raad 12 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:921.

Indien art. 40 lid 1, aanhef en onder a, van de (gewijzigde) vierde anti-witwasrichtlijn inderdaad zo moet worden uitgelegd dat de lidstaten meldingsplichtige entiteiten dienen te verplichten tot het bewaren van een (volledige) kopie van een identiteitsbewijs dat is gebruikt bij de verificatie van de identiteit van een natuurlijke persoon in het kader van een cliëntenonderzoek, en art. 33 lid 2, aanhef en onder a.1º, Wwft in overeenstemming daarmee zou worden geïnterpreteerd, rijst de vraag hoe een dergelijke verplichting zich verhoudt tot de AVG.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ff9916aca7c3eebccee86a9a6f569659699d9ee6de48fa01b3e1a147d0846ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ff9916aca7c3eebccee86a9a6f569659699d9ee6de48fa01b3e1a147d0846ef, en de alinea staat in dat document op bytes 48055 tot 48624.