Citaat | Hoge Raad 12 juni 2026

Onder 3.8.1 Hoge Raad 12 juni 2026

Een alinea uit Hoge Raad 12 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:921.

Zoals volgt uit hetgeen hiervoor in 3.4.2 is overwogen ten aanzien van art. 6 lid 3 AVG, dient een Unierechtelijke of lidstatelijke verplichting tot gegevensverwerking een doelstelling van algemeen belang te dienen en mag deze verplichting niet verder gaan dan noodzakelijk is om dat doel te bereiken. Het beginsel van minimale gegevensverwerking (art. 5 lid 1, aanhef en onder c, AVG) brengt ook mee dat de te verwerken persoonsgegevens ter zake dienend moeten zijn en proportioneel met het daarmee te dienen doel. De vraag rijst of een verplichting tot het bewaren van een (volledige) kopie van een identiteitsbewijs dat is gebruikt bij een cliëntenonderzoek geschikt is om het daarmee te dienen doel te verwezenlijken en evenredig is aan dat doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ff9916aca7c3eebccee86a9a6f569659699d9ee6de48fa01b3e1a147d0846ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ff9916aca7c3eebccee86a9a6f569659699d9ee6de48fa01b3e1a147d0846ef, en de alinea staat in dat document op bytes 48916 tot 49681.