Citaat | Hoge Raad 23 januari 2026

Onder 3.2.3 Hoge Raad 23 januari 2026

Een alinea uit Hoge Raad 23 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:97.

Het hof heeft in rov. 6.10-6.15 aan de hand van een aantal omstandigheden (waaronder de aard en inhoud van de overeenkomst, de regulering van tarieven door de ACM, de totstandkoming van de algemene voorwaarden in overleg met onder meer de Consumentenbond, de omstandigheid dat een onbeperkte aansprakelijkheid niet verzekerbaar is en de omstandigheid dat consumenten zich tegen brandschade aan de woning op eenvoudige en betrekkelijk goedkope wijze kunnen verzekeren) geconcludeerd dat de exoneratie in art. 17.4 AV niet onredelijk bezwarend is. Vervolgens heeft het hof in rov. 6.16 overwogen dat “tegenover dit alles” staat dat minder ingrijpende bedingen (wellicht) mogelijk zouden zijn geweest, maar dat de omstandigheid dat een andere keuze mogelijk was geweest onvoldoende is om aan te nemen dat sprake is van een onredelijk bezwarend beding, dat het erom gaat of in de concrete omstandigheden van dit geval de keuze voor de onderhavige exoneratie onredelijk bezwarend moet worden geacht, en dat Achmea niet (met stukken) concreet heeft gemaakt dat het huidige bedrag aan schadevergoeding, alle omstandigheden in aanmerking genomen, onredelijk bezwarend moet worden geacht, hetgeen in het licht van het voorgaande wel op haar weg had gelegen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f3c82ed272fa2fa204d0dec512084c534d418a4580d1bec94ae78c009572113. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f3c82ed272fa2fa204d0dec512084c534d418a4580d1bec94ae78c009572113, en de alinea staat in dat document op bytes 25984 tot 27250.