Citaat | Hoge Raad 23 januari 2026
Onder 3.2.3 Hoge Raad 23 januari 2026
Een alinea uit Hoge Raad 23 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:97.
Deze oordelen van het hof geven geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en zijn evenmin onvoldoende gemotiveerd, ook niet in het licht van de stellingen waarop onderdeel 1.7 een beroep doet. In die stellingen heeft Achmea slechts in algemene zin, zonder concrete onderbouwing, aangevoerd dat Stedin zich ook met minder vergaande exoneraties zou kunnen verzekeren tegen een redelijke en aanvaardbare premie, dat het bijvoorbeeld mogelijk is dat aansprakelijkheid wordt beperkt tot het bedrag waarvoor een aansprakelijkheidsverzekering wel dekking biedt, dat Stedin voor schade zoals geleden in deze zaak is verzekerd, en dat het voor de hand ligt dat bij het vaststellen van de gemaximeerde tarieven van Stedin rekening is gehouden met de noodzaak om reserves aan te leggen voor eventuele schadevergoedingsvorderingen. Niet onjuist of onbegrijpelijk is dat het hof heeft geoordeeld dat deze algemene stellingen niet afdoen aan zijn oordeel dat de exoneratie in art. 17.4 AV gelet op alle omstandigheden van dit geval niet onredelijk bezwarend is te achten. Ook in zoverre falen de hiervoor in 3.1 weergegeven klachten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f3c82ed272fa2fa204d0dec512084c534d418a4580d1bec94ae78c009572113. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f3c82ed272fa2fa204d0dec512084c534d418a4580d1bec94ae78c009572113, en de alinea staat in dat document op bytes 27262 tot 28396.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f3c82ed272fa2fa204d0dec512084c534d418a4580d1bec94ae78c009572113 | shasum -a 256