Citaat | Kantongerecht Utrecht 1 augustus 2001

Alinea 33 Kantongerecht Utrecht 1 augustus 2001

Een alinea uit Kantongerecht Utrecht 1 augustus 2001, ECLI:NL:KTGUTR:2001:AD5954.

1 februari 1998. Onvoldoende is naar het oordeel van de kantonrechter komen vast te staan dat deze vermindering van arbeidstijd tot stand is gekomen terwijl aan de zijde van [eiseres] sprake was van een wilsdiscrepantie of een wilsgebrek. Wel speelt een rol het inkomensverlies ten gevolge van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 30 juni 2000. Waar [eiseres] ook immateriële schade ten gevolge van het seksueel intimiderend gedrag van een medewerker van Getronics vordert zal deze door de kantonrechter in het kader van de bepaling van de schade als gevolg van kennelijk onredelijke opzegging worden afgewezen. Dit deel van de vordering zal derhalve dienen te worden behandeld in het kader van de subsidiaire vordering van [eiseres] die gebaseerd is op artikel 7:658 BW. Nu [eiseres] vier jaar bij Getronics heeft gewerkt, in 1957 is geboren, en, onder toepassing van de zogenoemde kantonrechtersformule, enig verwijt aan Getronics kan worden gemaakt, terwijl voorts uitgangspunt is een salaris van ƒ 2.255,-- bruto per maand te vermeerderen met vakantiebijslag, zal de schadevergoeding worden vastgesteld op ƒ 20.000,-- bruto, waarbij de correctiefactor C = 1,5 is toegepast.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1dbd7efdae87e24647035bcee4725e47849ecbb504486a8b53a356fe15134966. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1dbd7efdae87e24647035bcee4725e47849ecbb504486a8b53a356fe15134966, en de alinea staat in dat document op bytes 15863 tot 17067.