Citaat | Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 30 maart 2016

Onder 4.2.2 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 30 maart 2016

Een alinea uit Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 30 maart 2016, ECLI:NL:OGEAA:2016:246.

Het Gerecht merkt op dat de aanvankelijke invulling van het beginsel van hoor- en wederhoor wel uiterst summier was. Het betrof een lijvig en gedetailleerd rapport over een veelheid van verschillende onderwerpen. Er waren bijna 100 bijlagen waarop de bevindingen waren gebaseerd. Het is onbegrijpelijk dat dan aan Eiser slechts zo’n korte tijd wordt gegund om hiervan kennis te nemen. Ook de uiteindelijk gegeven tijd van in totaal 6 uren was krap, temeer nu Eiser geen kopie kreeg en hij – wilde hij goed kunnen reageren – wel gedwongen was (stukken van) het rapport over te schrijven. Het Gerecht vindt het dan ook begrijpelijk dat Eiser niet aansluitend een met de onderzoekers gesprek wilde, maar schriftelijk wilde reageren. Uiteindelijk is daarmee ook rekening gehouden in het rapport. De bijlagen die zich bij die reactie bevonden hebben voor EY op dat moment geen ander licht op de zaak geworpen. Hoewel in de opdrachtbevestiging aan FLPD is opgenomen dat er nog een stap zit tussen het toepassen van hoor- en wederhoor en het definitief maken van het rapport, heeft Eiser niet gesteld dat deze verkorting van de procedure voor hem nadelig is geweest. Het Gerecht zal daar dan ook geen consequenties aan verbinden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5e42e6397c228e5d301f58732c1ff6590e8cbc1af4cbaa21b4fcdcccb15db421. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5e42e6397c228e5d301f58732c1ff6590e8cbc1af4cbaa21b4fcdcccb15db421, en de alinea staat in dat document op bytes 16674 tot 17915.