Citaat | Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 3 maart 2020

Onder 4.7.2 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 3 maart 2020

Een alinea uit Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 3 maart 2020, ECLI:NL:OGEAA:2020:95.

Wel constateert het gerecht dat de stellingen van partijen uitdrukkelijk de mogelijkheid openlaten dat de iPad in de lade van [verzoekster] terecht is gekomen en daarbij niet deugdelijk in het logboek is geregistreerd, zonder dat daarvan aan [verzoekster] een verwijt is te maken. Immers, (waardevolle) voorwerpen worden bij afwezigheid van [verzoekster] in ontvangst genomen door haar collega’s, die in dat geval ook voor de inschrijving in het logboek zorgdragen. De waardevolle voorwerpen worden dan op het bureau van [verzoekster] gelegd, waarna [verzoekster] ze na haar terugkeer in haar kamer in haar lade opbergt. Daarmee is dus niet uitgesloten dat [verzoekster] de iPad op een gegeven moment op haar bureau heeft aangetroffen en deze gedachteloos heeft opgeborgen in de veronderstelling dat registratie in het logboek door haar collega had plaatsgevonden. Dit kan bijvoorbeeld gebeurd zijn na een langere afwezigheid wegens verlof, zodat er wellicht meerdere voorwerpen op haar bureau lagen en ook andere taken op haar lagen te wachten. De stelling dat [verzoekster] ‘maar wat deed’ en haar taken grovelijk veronachtzaamde, deelt het gerecht dan ook niet. Als die stelling werkelijk juist is, verbaast het dat ook het management dat al die jaren kennelijk niet heeft bemerkt, althans het niet nodig vond om corrigerend op te treden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cdece2eee2c5110852b45113ce2ac46826a12aae08287faaf1789cbfbe11eaec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cdece2eee2c5110852b45113ce2ac46826a12aae08287faaf1789cbfbe11eaec, en de alinea staat in dat document op bytes 22168 tot 23528.