Citaat | Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 7 februari 2024

Onder 4.15 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 7 februari 2024

Een alinea uit Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 7 februari 2024, ECLI:NL:OGEAA:2024:8.

Uit het vorenstaande volgt dat de rechter die de prejudiciële vraag heeft gesteld (vrijwel) geen ruimte heeft om af te wijken van het door de Hoge Raad gegeven antwoord op de vraag, gesteld dat het feitencomplex hetzelfde is als ten tijde van het stellen van de vraag. Het Gerecht kan zich voorstellen dat in exceptionele gevallen sprake kan zijn van het stellen van een of meer nadere vragen. Dat zal het geval zijn indien, nadat de vragen gesteld of reeds beantwoord zijn, zich nieuwe feiten en omstandigheden voordoen die van beslissende invloed kunnen zijn op de prejudiciële beslissing of in het geval het Gerecht van oordeel is dat de antwoorden op de prejudiciële vragen (volstrekt) onduidelijk zijn dan wel voor meerdere interpretaties vatbaar zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08d3a4e4955e3a70c524712b8ce186c666458705d2a8a947bcc8a2919600b347. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08d3a4e4955e3a70c524712b8ce186c666458705d2a8a947bcc8a2919600b347, en de alinea staat in dat document op bytes 30382 tot 31155.