Citaat | Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 7 september 2016
Onder 4.3 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 7 september 2016
Een alinea uit Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 7 september 2016, ECLI:NL:OGEAC:2016:79.
In artikel 13, lid 3 van de ALL is, voor zover hier van belang, bepaald dat de bevoegdheid tot het opleggen van een navorderingsaanslag als bedoeld in het eerste lid vervalt door verloop van tien jaar na het ontstaan van de belastingschuld. Voor zover inkomensbestanddelen in het buitenland zijn opgekomen bedraagt de navorderingstermijn vijftien jaar (artikel 13, lid 4 ALL). Het Gerecht stelt vast dat de in het geding zijnde belasting- en premieaanslagen alle zijn opgelegd buiten de genoemde vijfjaarstermijn en binnen de genoemde tien/vijftienjaarstermijn. Indien de belasting- en premieaanslagen dienen te worden aangemerkt als (definitieve) aanslagen in de zin van artikel 10 van de ALL dan zijn ze aldus te laat opgelegd en dienen ze vernietigd te worden. Dienen ze aangemerkt te worden als navorderingsaanslagen dan zijn ze tijdig opgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd61c0fa88a010916add37ce8249e2d015e50349a886355b8ddcd0f10e9fb261. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd61c0fa88a010916add37ce8249e2d015e50349a886355b8ddcd0f10e9fb261, en de alinea staat in dat document op bytes 14612 tot 15475.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd61c0fa88a010916add37ce8249e2d015e50349a886355b8ddcd0f10e9fb261 | shasum -a 256