Citaat | Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 30 oktober 2017

Onder 5.2. Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 30 oktober 2017

Een alinea uit Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 30 oktober 2017, ECLI:NL:OGEAC:2017:159.

In de procedure met nummer 78075 heeft FCIB tegen 96 partijen verschillende vorderingen ingesteld. In de procedure met nummer 79404 heeft FCIB daarnaast nog een (vergelijkbare) vordering ingesteld jegens [gedaagde sub 1] in zijn hoedanigheid van liquidator van TWPS. In beginsel moet de rechtsmacht van het Gerecht ten aanzien van al die gedaagden en al die vorderingen afzonderlijk worden beoordeeld, daargelaten de vraag of sprake is van samenhang op grond van artikel 103 Rv. FCIB hanteert evenwel enkele categorieën van gedaagden, welke indeling door gedaagden op zichzelf niet is weersproken. Die indeling komt ook terug in de vorderingen in de hoofdzaak. Omdat de uitkomst van de beoordeling inzake bevoegdheid voor alle gedaagden binnen een bepaalde categorie gelijk is, zal het Gerecht die indeling volgen. In het navolgende zal het Gerecht zijn bevoegdheid beoordelen in de volgorde van de vorderingen in de hoofdzaak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ff0847c3e5a400075b82fc790921c81e3a0062f0799977ffce127e92c0774a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ff0847c3e5a400075b82fc790921c81e3a0062f0799977ffce127e92c0774a0, en de alinea staat in dat document op bytes 54817 tot 55758.