Citaat | Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 30 oktober 2017
Onder 5.4. Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 30 oktober 2017
Een alinea uit Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 30 oktober 2017, ECLI:NL:OGEAC:2017:159.
Het betreft hier een zogenoemde negatieve verklaring voor recht ter zake van handelen (van FCIB) dat (mogelijk) als onrechtmatig moet worden beschouwd. Uit de hiervoor bedoelde brief volgt immers dat TWPS zelf en de liquidator van TWPS van mening zijn dat FCIB aansprakelijk is wegens het gestelde feit dat – kort gezegd – FCIB actief de MTIC-fraude heeft gefaciliteerd. Bij een negatieve verklaring voor recht is voor de bevoegdheid van de rechter bepalend het (gestelde) onrechtmatige handelen waarop de verklaring voor recht materieel betrekking heeft (vergelijk HvJ EU 25 oktober 2012, ECLI:EU:C:2012:664). Gelet op de vestigingsplaats van FCIB en op artikel 95 lid 1 Rv, betekent dit dus dat het Gerecht in beginsel bevoegd is kennis te nemen van de onderhavige vordering I onder (i).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ff0847c3e5a400075b82fc790921c81e3a0062f0799977ffce127e92c0774a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ff0847c3e5a400075b82fc790921c81e3a0062f0799977ffce127e92c0774a0, en de alinea staat in dat document op bytes 56400 tot 57206.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ff0847c3e5a400075b82fc790921c81e3a0062f0799977ffce127e92c0774a0 | shasum -a 256