Citaat | Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 30 oktober 2017

Onder 5.6. Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 30 oktober 2017

Een alinea uit Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 30 oktober 2017, ECLI:NL:OGEAC:2017:159.

Naar het oordeel van het Gerecht kan het betoog van gedaagden niet afdoen aan de bevoegdheid van de Curaçaose rechter. Nog daargelaten of de bevoegdheid van de rechter in het land waar het faillissement is uitgesproken een exclusieve bevoegdheid is, heeft in de eerste plaats te gelden dat de gedragingen waarvan FCIB een verwijt wordt gemaakt een ruimere strekking hebben, namelijk mede aanleiding (kunnen) geven tot een actie uit onrechtmatige daad, en niet uitsluitend en noodzakelijk (kunnen) leiden tot een actie uit hoofde van artikel 213 van de Insolvency Act. Ook als aangenomen moet worden dat die laatstbedoelde actie een typische insolventievordering is, doet dat op zichzelf dus niet af aan bevoegdheid van de Curaçaose rechter om te oordelen over een actie uit onrechtmatige daad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ff0847c3e5a400075b82fc790921c81e3a0062f0799977ffce127e92c0774a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ff0847c3e5a400075b82fc790921c81e3a0062f0799977ffce127e92c0774a0, en de alinea staat in dat document op bytes 58116 tot 58925.