Citaat | Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 30 oktober 2017
Onder 5.7. Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 30 oktober 2017
Een alinea uit Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 30 oktober 2017, ECLI:NL:OGEAC:2017:159.
In de tweede plaats geldt dat ook in het internationaal insolventierecht is aanvaard dat, in gevallen waarin sprake is van meerdere vorderingen, de samenhang tussen die vorderingen kan leiden tot bevoegdheid van een andere rechter dan de rechter van het land waar de insolventieprocedure loopt (zie expliciet artikel 6 lid 2 van de herschikte Insolventieverordening). Die situatie doet zich hier voor, zowel voor wat betreft eventuele acties van de liquidator q.q. (namelijk een actie uit artikel 213 Insolvency Act en een algemene onrechtmatige-daadsactie; zie hiervoor) als voor wat betreft een vordering van TWPS zelf, waarover de brief van 5 februari 2016 uitdrukkelijk spreekt. De samenhang tussen die diverse vorderingen is evident, nu het steeds gaat om hetzelfde (gestelde) faciliteren van de MTIC-fraude door FCIB. Dat laatste brengt mee dat bij beoordeling van dit handelen van FCIB door verschillende rechters het voorzienbare risico van onverenigbare beslissingen dreigt, zodat een goede rechtsbedeling vraagt om gelijktijdige behandeling (vergelijk artikel 6 lid 3 van de herschikte Insolventieverordening).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ff0847c3e5a400075b82fc790921c81e3a0062f0799977ffce127e92c0774a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ff0847c3e5a400075b82fc790921c81e3a0062f0799977ffce127e92c0774a0, en de alinea staat in dat document op bytes 59005 tot 60138.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ff0847c3e5a400075b82fc790921c81e3a0062f0799977ffce127e92c0774a0 | shasum -a 256