Citaat | Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 30 oktober 2017
Onder 5.20. Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 30 oktober 2017
Een alinea uit Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 30 oktober 2017, ECLI:NL:OGEAC:2017:159.
Het Gerecht is dus bevoegd kennis te nemen van de vordering II voor zover deze is gebaseerd op een onrechtmatige daad. Dit brengt niet alsnog bevoegdheid mee ten aanzien van de liquidators in persoon voor wat betreft de vordering II voor zover die is gebaseerd op de contractuele grondslag. Uitgangspunt is immers dat de bevoegdheid van het Gerecht per afzonderlijke grondslag moet worden beoordeeld. De bevoegdheidsgrond van samenhang (artikel 103a Rv) kan FCIB in dat verband niet baten. Op basis van die bepaling kan alleen bevoegdheid worden aangenomen wegens samenhang tussen verschillende gedaagden, niet wegens samenhang tussen verschillende grondslagen van de vordering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ff0847c3e5a400075b82fc790921c81e3a0062f0799977ffce127e92c0774a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ff0847c3e5a400075b82fc790921c81e3a0062f0799977ffce127e92c0774a0, en de alinea staat in dat document op bytes 70041 tot 70732.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ff0847c3e5a400075b82fc790921c81e3a0062f0799977ffce127e92c0774a0 | shasum -a 256