Citaat | Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 30 oktober 2017

Onder 5.23. Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 30 oktober 2017

Een alinea uit Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 30 oktober 2017, ECLI:NL:OGEAC:2017:159.

Gedaagden hebben betoogd dat FCIB de in 5.22 bedoelde vennootschappen en hun liquidators q.q. alleen maar met een nakomingsvordering in dit geding zijn betrokken om daarmee, langs de band van de forumkeuzeclausule en samenhang, bevoegdheid van de Curaçaose rechter te creëren. Een reëel belang bij de nakomingsvordering heeft FCIB volgens gedaagden niet, omdat de hier bedoelde vennootschappen en hun liquidators q.q. in het geheel geen vordering tegen FCIB pretenderen en de vaststellingsovereenkomsten bovendien al zijn uitgevoerd. Er is dus sprake van misbruik van procesrecht en daarop mag geen bevoegdheid van het Gerecht worden gebaseerd, aldus gedaagden. FCIB heeft dit betoog bestreden. Zij voert aan dat zij met de nakomingsvordering tegen de partijen bij de vaststellingsovereenkomsten en hun liquidators q.q. wil bereiken dat in rechte komt vast te staan dat de kwijtingsbepaling uit de vaststellingsovereenkomsten zich mede uitstrekt tot vorderingen op TWPS, die in de visie van FCIB moet worden beschouwd als een “FCIB Entity” in de zin van die kwijtingsbepaling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ff0847c3e5a400075b82fc790921c81e3a0062f0799977ffce127e92c0774a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ff0847c3e5a400075b82fc790921c81e3a0062f0799977ffce127e92c0774a0, en de alinea staat in dat document op bytes 72348 tot 73445.