Citaat | Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 30 oktober 2017
Onder 5.25. Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 30 oktober 2017
Een alinea uit Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 30 oktober 2017, ECLI:NL:OGEAC:2017:159.
103 Rv is de rechter die ten aanzien van een van de gedaagden bevoegd is ook ten aanzien van de andere gedaagden bevoegd indien sprake is van zodanige samenhang tussen de vorderingen tegen de verschillende gedaagden dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling rechtvaardigen. Daarvan is naar het oordeel van het Gerecht in dit geval ten aanzien van de vordering onder III sprake. Het gaat ten aanzien van alle gedaagden, zowel de in 5.22 bedoelde vennootschappen en hun liquidators q.q. als de overige gedaagden, materieel om de vraag of en in hoeverre het hen vrij staat een vordering tegen FCIB en/of tegen TWPS in te stellen. Behandeling van deze vraag door een en dezelfde rechter is onmiskenbaar doelmatig. Dat in het kader van de beoordeling van die vraag ten aanzien van verschillende (groepen van) gedaagden verschillende (voor)vragen beantwoord moeten worden (bijvoorbeeld de vraag wie van gedaagden geacht moeten worden partij te zijn bij de overeenkomst), doet hier niet aan af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ff0847c3e5a400075b82fc790921c81e3a0062f0799977ffce127e92c0774a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ff0847c3e5a400075b82fc790921c81e3a0062f0799977ffce127e92c0774a0, en de alinea staat in dat document op bytes 75591 tot 76609.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ff0847c3e5a400075b82fc790921c81e3a0062f0799977ffce127e92c0774a0 | shasum -a 256