Citaat | Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 24 februari 2017

Onder 4.3. Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 24 februari 2017

Een alinea uit Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 24 februari 2017, ECLI:NL:OGEAC:2017:49.

VBC stelt dat aan de totstandkoming van de MR een aantal formele gebreken kleeft, omdat niet is voldaan aan de vereisten volgend uit artikel 9 lid 7 juncto lid 8 Lv ML. Het eerste gebrek waarop VBC zich beroept is dat de minister van SOAW niet bevoegd is de MR uit te vaardigen. Volgens VBC moet ingevolge de Lv ML (die uit 1972 stamt) het initiatief tot de tijdelijke verhoging van de minimumloonbedragen vanuit het (tot 10 oktober 2010 bestaande) bestuurscollege komen en komt de regelgevende bevoegdheid van het voormalig bestuurscollege (sinds de staatskundige veranderingen per 10 oktober 2010) toe aan de regering. De minister kon dus slechts op voorstel van de regering overgaan tot de MR, aldus VBC. Met het Land is het Gerecht voorshands van oordeel dat dit standpunt niet op gaat. Dit wordt als volgt toegelicht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4987c9ce3afda6ec1b2d160aa19ceec8090f8d1fde9e9e32f6681165f7df648. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4987c9ce3afda6ec1b2d160aa19ceec8090f8d1fde9e9e32f6681165f7df648, en de alinea staat in dat document op bytes 13398 tot 14233.