Citaat | Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 23 januari 2018

Onder 4.4. Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 23 januari 2018

Een alinea uit Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 23 januari 2018, ECLI:NL:OGEAC:2018:34.

[Eiseres] heeft betoogd dat de Ontvanger niet de bevoegdheid heeft om jegens haar tot dwanginvordering door middel van dwangschriften over te gaan. Volgens [eiseres] geldt die bevoegdheid alleen ten aanzien van de belastingplichtige, dat wil zeggen de vennootschap. Het gerecht verwerpt dit betoog. Op grond van artikel 1 van de Landsverordening Dwanginvordering worden “de belastingen” ingevorderd door middel van dwangschriften. Naar voorlopig oordeel valt niet in te zien dat die bevoegdheid tot invordering door middel van dwangschriften beperkt zou zijn tot de belastingplichtige en zich niet mede zou uitstrekken tot vorderingen op anderen die voor de voldoening van die schulden aansprakelijk zijn. Dat de wettelijke regeling in Nederland op dit punt uitvoeriger is, en mede de mogelijkheid van disculpatie voor de bestuurder onder bepaalde omstandigheden behelst, brengt niet mee dat deze regeling ook geldend recht in Curaçao is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/12a1c96e7fa7745f1f5efaf38d8e04ae30095fe4541a811df28f5057afdbe3dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 12a1c96e7fa7745f1f5efaf38d8e04ae30095fe4541a811df28f5057afdbe3dd, en de alinea staat in dat document op bytes 9634 tot 10591.