Citaat | Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 19 april 2018

Onder 4.1.2 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 19 april 2018

Een alinea uit Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 19 april 2018, ECLI:NL:OGEAC:2018:54.

Dit dwangschrift is aan belanghebbende betekend op 10 september 2012. In dat geval blijft niet-ontvankelijkverklaring achterwege indien zij zo spoedig als redelijkerwijze mogelijk na het bekend worden met de aanslag bezwaar heeft ingediend. Volgens vaste en jarenlange jurisprudentie van de Raad van Beroep voor Belastingzaken kan in dit verband in beginsel een termijn van één maand als “zo spoedig mogelijk” worden aangemerkt (zie onder meer Raad van Beroep voor Belastingzaken, 23 juli 2012, ECLI:NL:ORBBNAA:2012:BX4934). Ook het Gerecht heeft tot nu toe deze termijn van een maand gehanteerd. In het licht van de voortschrijdende fiscale ontwikkelingen op de eilanden, waaronder de omstandigheid dat de Hoge Raad voortaan de hoogste rechter is in belastinggeschillen op de Caribische eilanden, ziet het Gerecht aanleiding om die termijn te wijzigen. Hij zal voortaan de formulering van de Hoge Raad als richtsnoer nemen. Die formulering luidt als volgt: “wat bij overschrijding van de bezwaar- en beroepstermijn kan gelden als alsnog zo spoedig mogelijk indienen van het desbetreffende geschrift, hangt af van de omstandigheden van het geval, maar aan de betrokken belastingplichtige dient in ieder geval een termijn van tenminste veertien dagen te worden gegund” (Hoge Raad, 22 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0462). De Hoge Raad heeft zich hierbij gebaseerd op de parlementaire geschiedenis van het in Nederland geldende artikel 6.11 van de Algemene Wet Bestuursrecht. Hieruit kan worden afgeleid dat een belastingplichtige in ieder geval een termijn van twee tot drie weken moet worden gegund (Kamerstukken II, vergaderjaar 1990-1991, 21 221, nr. 6, blz. 7). Het Gerecht zal, behoudens bijzondere omstandigheden, een termijn van drie weken aanmerken als “zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk”. Belanghebbende heeft op 25 september 2012 bezwaar gemaakt tegen de aanslag en de boetebeschikking, dat is 15 dagen na het bekend worden met die geschriften. Gelet op het voorgaande is dat “zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk”, zodat het bezwaar ontvankelijk is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c74eca09def58a558b96b65b3b3e77c28ea8ec0dd993ec0606a54063164a3348. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c74eca09def58a558b96b65b3b3e77c28ea8ec0dd993ec0606a54063164a3348, en de alinea staat in dat document op bytes 16081 tot 18215.