Citaat | Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 4 oktober 2019

Onder 4.11 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 4 oktober 2019

Een alinea uit Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 4 oktober 2019, ECLI:NL:OGEAC:2019:228.

Het Gerecht is van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat de Inspecteur een mondelinge toezegging heeft gedaan of dat een mondelinge overeenkomst met de Inspecteur is gesloten dat een teruggaaf van omzetbelasting zal worden verleend. De Inspecteur heeft ter zitting geloofwaardig verklaard dat zij aanwezig was bij het gesprek op 22 augustus 2014, dat zij tijdens dat gesprek slechts informatie heeft opgevraagd die nodig was voor de beoordeling van het teruggaafverzoek en dat zij geen toezegging over de teruggaaf heeft gedaan. Bovendien is in de brief van 22 oktober 2014 (zie 2.6) slechts te lezen een verzoek aan de Inspecteur tot instemming (zie ook de ten name van belanghebbende gestelde uitspraak GEA Curaçao 26 juni 2018, nr. CUR201600113, ECLI:NL: ECLI:NL:OGEAC:2018:143). Nu de Inspecteur niet op deze brief heeft gereageerd en ook anderszins nadien geen blijk ervan heeft gegeven instemming te hebben verleend, mocht belanghebbende redelijkerwijs niet ervan uitgaan dat teruggaaf van omzetbelasting zal worden verleend. Het beroep op het vertrouwensbeginsel kan daarom niet slagen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98a94439673ced51c0937e76bf0609ddd806c6ddbecd91669862e183bf98046c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98a94439673ced51c0937e76bf0609ddd806c6ddbecd91669862e183bf98046c, en de alinea staat in dat document op bytes 20670 tot 21784.