Citaat | Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 25 februari 2019
Onder 4.2 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 25 februari 2019
Een alinea uit Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 25 februari 2019, ECLI:NL:OGEAC:2019:40.
Voor de delen van de grond aan de westzijde van het perceel geldt iets anders. Ten onrechte heeft [gedaagde] gesteld dat uit de omschrijving van de meetbrief 238/1971 moet worden opgemaakt dat zijn kavel grenst aan het Spaanse water. Uit de tekening bij die meetbrief blijkt dat er tussen de grens van zijn kavel en het water nog een andere strook grond ligt. Dat [gedaagde] dit ook wist mag blijken uit de door hem tegen het vonnis van het Gerecht d.d. 27 november 1989 aangevoerde grieven, waarin [gedaagde] als argument o.m. heeft genoemd “recente toezeggingen van SWR aan kopers van niet aan het water gelegen kavels ” (cursief Gerecht) (rov. 43.3 vonnis van het Hof van 20 november 1990). Daaruit blijkt dat [gedaagde] zich er van bewust was dat zijn kavel niet tot aan het water doorliep en dat hij slechts een gebruiksrecht daarop had om van en naar de pier te gaan. Ook is uit de eerdere procedures gebleken dat [gedaagde] er mee bekend was dat hij geen waterrechten had. Om die reden heeft hij (/zijn rechtsvoorganger) toestemming gekregen een pier aan te leggen in het aan SWR toebehorende water. Vanwege het toegestane gebruik moet [gedaagde] worden aangemerkt als houder van die gronden en heeft hij dus niet de voor verjaring vereiste bezitsdaden kunnen verrichten. Gebleken is dat een deel van de door [gedaagde] opgetrokken bouwwerken zoals het overkapte terras en het kantoor zijn gevestigd op de pier, die zich bevindt in het water van SWR, en deels op grond van SWR. De aanwas van de grond komt aan SWR toe (art. 5:29 BW) nu zij eigenaar van de strook grond grenzend aan het water is. De vordering tot ontruiming van deze delen van de kavel en tot verwijdering van de daarop aangebrachte bouwwerken kan dan ook worden toegewezen. Zoals het Gerecht al eerder heeft overwogen behoeft SWR de exploitatie door [gedaagde] en Miss Ann niet te faciliteren, hier bestaande uit het dulden van bouwwerken op haar grond. Van misbruik van recht is geen sprake. Het was [gedaagde] bekend dat SWR zich verzette tegen exploitatie en het daarmee samenhangende oprichten van accommodatie (kantoor/gastentoilet/afdak). Door te gaan bouwen heeft [gedaagde] een risico genomen. SWR heeft als ontwikkelaar/verkavelaar van het gebied in het belang van de bewoners een kettingbeding opgesteld. De vordering tot afbraak houdt mede verband met behoud van de inrichting van de kavel conform de bestemming (naleven kettingbeding) en SWR komt daarmee op voor het belang van alle bewoners/kaveleigenaars. Gelet hierop kan niet kan worden vastgesteld dat door afbraak sprake is van een wanverhouding in het nadeel van [gedaagde].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7bb7b2dd597dcf6664ef81f8912f1f8a9de28eb2f2942f14902a2f75e2def13. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7bb7b2dd597dcf6664ef81f8912f1f8a9de28eb2f2942f14902a2f75e2def13, en de alinea staat in dat document op bytes 35581 tot 38284.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7bb7b2dd597dcf6664ef81f8912f1f8a9de28eb2f2942f14902a2f75e2def13 | shasum -a 256