Citaat | Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 25 februari 2019

Onder 4.3 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 25 februari 2019

Een alinea uit Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 25 februari 2019, ECLI:NL:OGEAC:2019:40.

Het door SWR gevorderde verbod om [gedaagde] c.s. en Miss Ann en haar gasten gebruik te laten maken van met name de parkeerplaats houdt verband met de tussen partijen op 28 februari 2011 gesloten vaststellingovereenkomst. Voor de uitleg daarvan moet niet alleen worden gekeken naar de bewoordingen van de overeenkomst, maar naar de betekenis die partijen aan die tekst mochten toekennen, gelet op de omstandigheden van het geval en op basis van wat zij van elkaar mochten verwachten. Daarbij speelt ook de achtergrond van het aanhangige geschil dat met die overeenkomst is beëindigd een rol, te weten de inhoud van de tussen SWR en [gedaagde] geldende erfdienstbaarheid. SWR wilde ter invulling van de erfdienstbaarheid over haar parkeerplaats een weg naar het perceel van [gedaagde] aanleggen. Met name de breedte van de weg (4 meter) zinde [gedaagde] niet i.v.m. de toegankelijkheid van zijn perceel voor Selikor en tourbussen. Bij vonnis van het Gerecht van 29 december 2009 (rov. 2.7) zijn de bezwaren van [gedaagde] verworpen. De afmetingen van de weg werden niet dusdanig beperkt geacht dat met aanleg daarvan misbruik van recht werd gemaakt. In de vaststellingsovereenkomst is zoals ook voorheen de parkeerplaats aangewezen als de verbindingsroute naar de openbare weg. Daarmee was aan het bezwaar van [gedaagde] tegen de breedte van de weg tegemoet gekomen. SWR stelt dat op grond van die overeenkomst aan [gedaagde] en Miss Ann (die geen partij was bij de overeenkomst) moet worden verboden hun gasten via de terreinen van SWR te laten komen en gaan naar het perceel van [gedaagde]. Kennelijk baseert SWR zich hierbij op de passage (bewoordingen) in de overeenkomst waarbij zij garandeert dat “de heer [gedaagde] en de nutsvoorzieningen toegang zullen houden tot zijn kavel over deze parkeerplaats”. De erfdienstbaarheid ziet echter op ontsluiting van de kavel naar de openbare weg (“ten behoeve van het perceel” volgens de akte; rov. 2.2) en daarin wordt geen onderscheid gemaakt in personen. Dat is beoogd de inhoud van de erfdienstbaarheid door de vaststellingsovereenkomst zonder wijziging van de akte te beperken tot alleen [gedaagde] en nutsvoorzieningen is niet aannemelijk. Een redelijke uitleg daarvan is dat het hier gaat om het noemen van voorbeelden - namelijk ook de gezinsleden van [gedaagde] zijn niet genoemd - en niet om een specificatie/beperking van de erfdienstbaarheid. Dat dit tot gevolg heeft dat van de erfdienstbaarheid een extensiever gebruik wordt gemaakt dan in relatie tot de bestemming van de kavel normaal kan worden geacht hangt samen met de exploitatie zoals deze plaatsvindt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7bb7b2dd597dcf6664ef81f8912f1f8a9de28eb2f2942f14902a2f75e2def13. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7bb7b2dd597dcf6664ef81f8912f1f8a9de28eb2f2942f14902a2f75e2def13, en de alinea staat in dat document op bytes 38681 tot 41323.