Citaat | Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 25 februari 2019
Onder 4.7 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 25 februari 2019
Een alinea uit Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 25 februari 2019, ECLI:NL:OGEAC:2019:40.
In het vonnis van het Hof d.d. 20 november 1990, waartegen het cassatieberoep van SWR ongegrond is verklaard, is onder meer overwogen “dat uit het overgelegde koopcontract niet valt te lezen dat het zonder toestemming exploiteren van een boot is verboden”. Deze overweging is in de loop der jaren een eigen leven gaan leiden, omdat [gedaagde] er onder verwijzing daarnaar klaarblijkelijk vanuit gaat dat elke exploitatie van schepen (ook door anderen dan [gedaagde]) “ in, op en/of vanuit zijn kavel” moet worden toegestaan (2.31 CvA in conventie: “Feit is dat Miss Ann…”). Het ging in 1990 om de exploitatie van een boot door [gedaagde], waarbij uitgangspunt was dat er vanuit de kavel werd vertrokken/aangemeerd en feitelijke exploitatie elders plaatsvond. De vraag is of de huidige exploitatie met meerdere schepen van meerdere rechtspersonen (waarvan onduidelijk is wie daarin belanghebbende zijn) via de kavel van [gedaagde] zich nog (langer) met de bestemming van de kavel verdraagt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7bb7b2dd597dcf6664ef81f8912f1f8a9de28eb2f2942f14902a2f75e2def13. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7bb7b2dd597dcf6664ef81f8912f1f8a9de28eb2f2942f14902a2f75e2def13, en de alinea staat in dat document op bytes 45414 tot 46537.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7bb7b2dd597dcf6664ef81f8912f1f8a9de28eb2f2942f14902a2f75e2def13 | shasum -a 256